
Tepelenë
Tepelenë is een klein stadje in het zuiden van Albanië, vlak bij de plek waar de Vjosa en de Drino samenkomen.
De Ottomaanse UNESCO-steden Berat en Gjirokastër, plus het groene Përmet met zijn warmwaterbronnen.

Zuid-Albanië is het binnenland achter de kust, en hier vind je de mooiste oude steden van het land. Berat staat bekend als de stad van de duizend ramen, met witte Ottomaanse huizen die in rijen tegen de berghelling staan, en een kasteelwijk waar nog steeds mensen wonen.
Het is ook de regio van het water. Door het zuiden lopen de Vjosa en de Osum, twee rivieren die zich diep in het kalksteen hebben gesneden en waar je kunt raften. De Vjosa is sinds 2023 een nationaal park en geldt als de laatste grote rivier van Europa die nog vrij mag stromen, zonder stuwdammen tussen de bron en de zee. Daaromheen liggen bergdorpen, thermale bronnen en kloosters waar bijna geen bus komt.
Berat is voor de meeste reizigers de eerste stop, op twee uur rijden vanaf Tirana. Boven de stad ligt de kala, het bewoonde kasteel met oude orthodoxe kerken en de iconen van Onufri, en beneden liggen Mangalem en Gorica aan weerszijden van de Osum, verbonden door een stenen brug. Vanaf hier is de Osum-kloof een dagtrip.
Gjirokastër ligt anderhalf uur zuidelijker en is de tegenpool. Een steile stenen stad met keienstraten, grijze leistenen daken en een van de grootste kastelen van de Balkan, sinds 2005 op de werelderfgoedlijst. Je bezoekt er patriciërswoningen als het Zekate-huis, loopt door de oude bazaar en daalt af in een geheime tunnel uit de Koude Oorlog.
Oostelijker wordt het groen en stil. Përmet ligt aan de Vjosa tussen de bergen, met de Rots van de Stad midden in het centrum en de thermale baden van Bënja onder een Ottomaanse brug even buiten de stad. Tussen Përmet en Gjirokastër in ligt Tepelenë, waar de Vjosa en de Drino samenkomen onder het fort van Ali Pasha, en waar Lord Byron in 1809 op bezoek kwam.
Mei, juni en september zijn de mooiste maanden. Dan kun je urenlang door de stenen straten lopen zonder in de hitte te smelten, en staan de bergen er groen bij. In juli en augustus loopt het in Berat en Gjirokastër hoog op, en is vroeg opstaan de beste tactiek.
Voor raften op de Vjosa of de Osum zit je goed van april tot juni, als er nog genoeg smeltwater is. De herfst is helder en rustig, met de olijf- en druivenoogst in de dalen. De cijfers per maand vind je bij beste reistijd voor Albanië.
Vanaf de luchthaven van Tirana rijd je in ongeveer twee uur naar Berat en in drie tot vier uur naar Gjirokastër. Kom je vanuit het zuiden, dan ligt Gjirokastër op anderhalf uur van Sarandë, met de Blue Eye onderweg, en dat maakt een vlucht op Corfu voor dit deel van het land een serieuze optie.
De hoofdwegen zijn prima, maar de zijwegen naar de dorpen en de kloven zijn smal en kronkelig. Tussen Tirana, Berat en Gjirokastër rijden geregeld bussen en furgons, en Përmet en Tepelenë liggen aan de route door de Vjosa-vallei. Voor de bronnen, de kloosters en de kloven heb je toch echt een auto nodig, of je huurt ter plekke een chauffeur voor een dag.
Dit is de streek van tavë kosi, lamsvlees uit de oven onder een laag yoghurt en ei, dat je in vrijwel elke taverne tegenkomt. Berat en Gjirokastër hebben allebei een eigen versie van gevulde bladerdeeggerechten, en in de bergen rond Përmet eet je gegrild lam met wilde kruiden.
Përmet staat bovendien bekend om gliko, fruit op siroop dat je bij de koffie krijgt aangeboden, en om zijn wijn. In de dalen van de Vjosa liggen kleine wijngaarden waar je gewoon kunt aankloppen om te proeven, en raki uit eigen stook staat in het zuiden bij vrijwel elke maaltijd op tafel.
Vier dagen dekt de kern. Twee nachten Berat, twee nachten Gjirokastër en onderweg een stop bij Tepelenë of de Osum-kloof geeft je beide werelderfgoedsteden zonder te jagen.
Met een week erbij wordt het echt leuk. Dan kun je Përmet en de Vjosa-vallei toevoegen, een dag raften of naar de baden van Bënja, en daarna doorrijden naar de kust. Vanaf Gjirokastër ben je in anderhalf uur bij Sarandë, wat het zuiden tot de logische schakel maakt tussen de bergen en de Albanese Rivièra.
Voor de volgende bestemmingen in Zuid-Albanië hebben we uitgebreide reisgidsen geschreven.

Tepelenë is een klein stadje in het zuiden van Albanië, vlak bij de plek waar de Vjosa en de Drino samenkomen.

Berat staat bekend als de stad van duizend ramen, naar de witte Ottomaanse huizen die als trappen tegen de heuvels op klimmen.

Gjirokastër is de stenen stad van Zuid-Albanië, een Ottomaans bergstadje dat sinds 2005 op de werelderfgoedlijst staat.

Përmet is een rustig stadje aan de wilde Vjosa-rivier in Zuid-Albanië, omringd door bergen en bekend als de groenste plek van het land.
Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.