
Bajram Curri
Bajram Curri is het stadje in het uiterste noordoosten van Albanië dat dient als poort naar de Valbona-vallei en de Albanese Alpen.
De Albanese Alpen rond Theth en Valbonë, met de bekendste meerdaagse wandeling van het land, en de stad Shkodër als poort.

Het noorden van Albanië is bergland, en voor veel reizigers het mooiste deel van het land. De Albanese Alpen, ook wel de Vervloekte Bergen genoemd, hebben steile toppen, afgelegen dorpen en een wandelcultuur die de laatste jaren snel populairder is geworden.
Het is ook het deel van Albanië waar de oude wereld nog het dichtst onder de oppervlakte ligt. In de valleien staan stenen huizen met leistenen daken, lock-in torens waar families zich generaties geleden verschansten tijdens bloedvetes, en kerkjes die tijdens het communisme dicht moesten. Daarnaast liggen guesthouses met wifi en espressomachines, want het toerisme is hier in tien jaar tijd van niets naar volle zomers gegroeid.
Bijna iedereen begint in Shkodër. Het is een van de oudste steden van het land en de poort naar de bergen, met het Rozafa-kasteel boven de samenvloeiing van drie rivieren en het Shkodrameer, het grootste meer van de Balkan, aan de rand van de stad. Hier regel je je vervoer, je gids en je laatste boodschappen.
Vanaf daar gaat het omhoog. Theth ligt op zo’n 770 meter in de Shala-vallei, omringd door kalkstenen pieken, met de Grunas-waterval, het turkooizen Blue Eye en een stenen kerkje uit 1892. Aan de andere kant van de bergpas ligt Valbonë, een dorp in een brede vallei langs een heldere rivier, in het nationale park met de Maja Jezercë als hoogste top. De tocht tussen die twee dorpen is de bekendste wandeling van Albanië. Bajram Curri is het stadje aan de oostkant dat als praktische poort dient, met de kloof van Shoshan en het UNESCO-oerbos langs de Gashi-rivier in de buurt.
Aan de kustzijde is het noorden rustiger. Lezhë is de stad waar Skanderbeg begraven ligt en waar hij in 1444 de Albanese vorsten bijeenriep, en Shëngjin is de badplaats ernaast, met een lang zandstrand en de vogelrijke lagune van Kune-Vain.
Het bergseizoen loopt van eind mei tot in oktober. Voor die tijd liggen de passen vaak nog onder de sneeuw en zijn veel guesthouses gesloten, en na oktober loopt het snel leeg. Juni tot september is de periode om te wandelen, met juli en augustus als warmste en drukste maanden.
Het weer in de bergen slaat sneller om dan aan de kust. Ook in augustus kan het ’s ochtends fris zijn en ’s middags onweren, dus neem altijd een laag extra en een regenjas mee. De cijfers per maand staan bij beste reistijd voor Albanië.
Vanaf de luchthaven van Tirana rijd je in ongeveer anderhalf uur naar Shkodër, over de vlakte langs de kust. Vanaf Shkodër naar Theth is het nog een uur of drie over een bergweg die inmiddels grotendeels geasfalteerd is, maar smal blijft en vol haarspelden zit.
Naar Valbonë leidt de mooiste route over het water. Vanuit Koman vaart de veerboot in ongeveer tweeënhalf uur door het stuwmeer naar Fierzë, waarna je doorrijdt via Bajram Curri. Veel reizigers doen het als lus, met de boot heen, de wandeling over de pas en een busje terug vanuit Theth. Vervoer in de bergen gaat met minibusjes die de guesthouses voor je regelen, en in de dorpen zelf loop je. Een huurauto is handig tot aan de vallei, maar daarbinnen heb je er weinig aan.
In de bergen eet je wat het dal oplevert. De guesthouses serveren meestal een vast menu met soep, brood uit de houtoven, kaas en yoghurt van eigen schapen, gestoofd vlees en groente uit de tuin. Vaak zit ontbijt en avondeten bij de prijs in, en dat is geen slechte deal, want een restaurant is er zelden.
Shkodër eet moderner, met visgerechten uit het meer en een flinke Italiaanse invloed uit de tijd dat de stad over de Adriatische Zee handeldreef. Probeer de karper of paling uit het Shkodrameer en sluit af met raki van mispels, een noordelijke specialiteit die je nergens anders zo tegenkomt.
Vier tot zes dagen is een mooie maat. Twee nachten Shkodër, de boottocht over het Komani-meer, een nacht in Valbonë, de wandeling over de pas en twee nachten Theth vullen zich vanzelf.
Heb je meer tijd, plak er dan de kust aan vast. Shëngjin en Lezhë liggen op een uur rijden en vormen een rustige afsluiting na de bergen. En wil je door naar het zuiden, dan ben je vanaf Shkodër in anderhalf uur terug bij Tirana om je rondreis voort te zetten.
Voor de volgende bestemmingen in Noord-Albanië hebben we uitgebreide reisgidsen geschreven.

Bajram Curri is het stadje in het uiterste noordoosten van Albanië dat dient als poort naar de Valbona-vallei en de Albanese Alpen.

Shëngjin is de badplaats van Noord-Albanië, met een drie kilometer lang zandstrand dat ondiep en kindvriendelijk de zee in loopt.

Lezhë is de stad in Noord-Albanië waar de nationale held Skanderbeg begraven ligt en waar hij in 1444 de Albanese vorsten bijeenriep.

Shkodër is een van de oudste steden van Albanië en de poort naar de bergen van het noorden.

Theth ligt diep in de Albanese Alpen, op zo'n 770 meter hoogte in de Shala-vallei in Noord-Albanië.

Valbonë is een klein bergdorp diep in het nationale park Valbona-vallei, midden in de Albanese Alpen in het noorden van het land.