
Qeparo
Qeparo is een tweeledig kustdorp aan de Albanese Rivièra, in de gemeente Himarë.
De mooiste stranden van het land, van de turquoise eilandjes bij Ksamil tot de baaien rond Himarë en Dhërmi.

De Albanese Rivièra is de strook Ionische kust tussen Vlorë en Sarandë, en het is het deel van Albanië waar je voor de stranden komt. Achter de kust rijzen de Ceraunische bergen meteen steil op, en de kustweg over de Llogara-pas geeft je het ene uitzicht na het andere. Ruim honderd kilometer lang wisselen kiezelbaaitjes, olijfgaarden en stenen bergdorpen elkaar af.
Zee en bergen liggen hier opvallend dicht op elkaar. Je zwemt ’s ochtends in water waar je de bodem meters diep ziet liggen, en rijdt een half uur later over een pas van duizend meter hoog door de pijnbomen. Tot in de jaren negentig lag dit gebied vrijwel op slot, en dat is te merken. De bebouwing komt in golven, sommige dorpen zijn half verlaten en op andere plekken rijst in één seizoen een nieuw hotel uit de grond.
Vlorë is de poort in het noorden, de stad waar de Adriatische en de Ionische Zee in elkaar overlopen en waar Albanië in 1912 zijn onafhankelijkheid uitriep. Het is een echte stad met een lange boulevard, geen badplaats, maar wel de handigste plek om je huurauto op te pikken en de kustweg op te draaien.
Zuidelijker begint het mooie werk. Dhërmi ligt in twee lagen, met een oud dorp vol kerkjes tegen de berg en stranden beneden, waaronder Drymades en het via een canyon bereikbare Gjipe. Himarë is iets groter en heeft een ruïne van een bovenstad, een rij baaien en het kasteel van Porto Palermo op een schiereilandje even verderop. Tussen die twee in ligt Qeparo, een stenen bovendorp met een wit kiezelstrand en een autovrije promenade eronder. Dat is de rustigste van de drie.
Helemaal in het zuiden zitten de twee bekendste namen. Sarandë is de levendige badplaats van de kust, met een hoefijzervormige baai, terrassen tot laat en de veerboot naar Corfu. Ksamil ligt een kwartier verderop en draait om de vier eilandjes voor de kust waar je naartoe kunt zwemmen. Vanuit beide ben je zo bij het antieke Butrint en de bron van de Blue Eye.
De Rivièra is op zijn best van eind mei tot eind september. In juli en augustus is het heet en druk en lopen de prijzen flink op, want dan komen ook de Albanezen en Kosovaren massaal naar zee. Juni en september geven je hetzelfde warme water met beduidend meer ruimte op het strand.
Mei en oktober zijn mooie maanden om te rijden en te wandelen, maar het zwemseizoen is dan net niet of net niet meer. In de winter is het hier zacht en groen, en liggen de meeste strandtenten dicht. Wil je het per maand uitzoeken, kijk dan bij beste reistijd voor Albanië.
De meeste reizigers landen op Tirana (TIA) en rijden vanaf daar naar het zuiden. Naar Vlorë is dat ruim twee uur, naar Himarë een uur of drie en naar Sarandë reken je op vier tot vijf uur. Vlorë heeft sinds kort een eigen luchthaven, en voor het zuidelijke stuk is een vlucht naar Corfu met de veerboot naar Sarandë vaak de snelste route.
Rijden doe je over de SH8, de kustweg die bij Vlorë de bergen in klimt en over de Llogara-pas weer naar zee duikt. Het is een prachtige weg, maar reken niet op snelheid, want de haarspelden en het zomerverkeer halen je gemiddelde flink omlaag. Tussen de grote plaatsen rijden bussen en furgons, de minibusjes die vertrekken als ze vol zitten. Voor de kleine baaien en de bovendorpen is een auto praktisch onmisbaar.
Vis en zeevruchten staan hier op elk menu, vaak per kilo geprijsd en gegrild op houtskool. In Dhërmi en Himarë hoor je veel Grieks, en dat proef je ook, met tzatziki en gyros naast de Albanese gerechten. Vraag naar de vis van die ochtend in plaats van naar de kaart, dan eet je het best.
Olijfolie is serieus werk in deze streek, met de gaarden rond Borsh en Qeparo als bekendste namen. Verder eet je byrek als ontbijt, gegrild lamsvlees in de bergdorpen en drink je raki die het huis zelf stookt. Een fles wijn uit de omgeving kost in een gewone taverne minder dan een cocktail op de boulevard.
Met vijf tot zeven dagen zie je de Rivièra goed. Neem twee vaste bases in plaats van één, bijvoorbeeld Himarë of Dhërmi voor het middenstuk en Sarandë voor het zuiden, dan hoef je niet elke dag de kustweg heen en weer.
Heb je langer, dan is het binnenland zo bijgeschakeld. Vanuit Sarandë rijd je in anderhalf uur naar Gjirokastër, en vanaf de noordkant van de kust is Berat een logische volgende stop. Een week kust met drie dagen Ottomaanse steden erachteraan is een rondrit die zichzelf plant.
Voor de volgende bestemmingen aan de Albanese Rivièra hebben we uitgebreide reisgidsen geschreven.

Qeparo is een tweeledig kustdorp aan de Albanese Rivièra, in de gemeente Himarë.

Dhërmi ligt tegen de Ceraunische bergen aan de Albanese Rivièra en combineert helderblauw water met een steil dorp vol oude kerkjes.

Himarë ligt halverwege de Albanese Rivièra, met een rij baaien en kiezelstranden onder steile bergen.

Ksamil ligt helemaal in het zuiden van de Albanese Rivièra, vlak boven de Griekse grens.

Sarandë is de zonnigste badplaats van de Albanese Rivièra, met een lange boulevard langs de baai en heuvels op de achtergrond.

Vlorë ligt aan het begin van de Albanese Rivièra, op de plek waar de bergen de Ionische Zee raken.
Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.