
Fier
Fier is een jonge handelsstad op de Myzeqe-vlakte en de uitvalsbasis voor Apollonia, de belangrijkste archeologische site van Albanië.
Hoofdstad Tirana, de stranden van Durrës en het kasteelstadje Krujë, allemaal vlak bij de luchthaven.

Centraal-Albanië is voor de meeste reizigers het beginpunt. Hier ligt de enige grote internationale luchthaven, en vanaf daar ben je zo in Tirana, de jonge en kleurrijke hoofdstad. De stad heeft een groot plein, communistische gebouwen die knalbont geverfd zijn en een uitgaansbuurt waar het tot laat druk is.
Het is ook de regio waar het land het drukst en het vlakst is. Tussen de hoofdstad en de Adriatische kust ligt een brede vlakte met akkers, fabrieken en snelwegen, en daarachter beginnen de heuvels weer. Alles ligt hier dicht bij elkaar, wat Centraal-Albanië tot de makkelijkste streek van het land maakt om rond te reizen. Binnen een uur rijden heb je een hoofdstad, een Romeins amfitheater, een Ottomaanse bazaar en een strand.
Tirana is de spil. Rond het Skanderbegplein staan de Et’hem Bey-moskee, de klokkentoren en het Nationaal Historisch Museum, en daaromheen vind je de bunkermusea, de opgeknapte Piramide en het oude ambassadeviertje Blloku dat tijdens het communisme voor gewone Albanezen verboden terrein was. Met de kabelbaan sta je in een kwartier op de berg Dajti, met de hele vlakte aan je voeten.
Durrës is de tweede stad van het land en ligt drie kwartier verderop aan zee. Het is er ruim 2600 jaar oud, met het grootste amfitheater van de Balkan midden in het centrum en kilometers zandstrand ten zuiden ervan. Krujë ligt een half uur ten noorden van Tirana tegen een berghelling, met het kasteel en het Skanderbeg-museum boven en een oude bazaar vol koperwerk eronder.
Het binnenland is stiller. Elbasan heeft een Ottomaanse vesting uit 1466 waar nog gewoon in gewoond wordt, met een moskee, een kerk en een hammam binnen de muren. En op de vlakte in het zuidwesten ligt Fier, de uitvalsbasis voor Apollonia, de belangrijkste archeologische site van het land, met de pelikanen van de Karavasta-lagune en het klooster van Ardenica in de buurt.
Voor de stad zijn mei, juni en september de prettigste maanden. Dan zit je op aangename temperaturen en is het nog niet de drukkende hitte die hier in juli en augustus tussen de gebouwen blijft hangen. Voor het strand bij Durrës is juni tot september juist de periode, met de warmste zee in augustus.
De winter is mild en nat. Tirana draait dan gewoon door, met volle cafés en musea zonder rijen, en de bergen erachter liggen soms onder een laag sneeuw. Per maand uitzoeken kan bij beste reistijd voor Albanië.
De luchthaven van Tirana ligt tussen de hoofdstad en Durrës in, op een minuut of twintig van het centrum. Vanaf Schiphol vlieg je er in ongeveer tweeënhalf uur naartoe, en er rijdt een reguliere bus tussen de terminal en het centrum van Tirana.
Tirana en Durrës zijn met een snelweg verbonden, en die rit is de drukste van het land. Verder gaat vrijwel al het verkeer over provinciale wegen die prima geasfalteerd zijn maar door elk dorp heen slingeren. Het spoor stelt nauwelijks meer iets voor, dus reizen zonder auto doe je met bussen en furgons. Rijd je zelf, hou dan rekening met agressief inhalen en met de drukte rond Tirana in de spits.
Tirana is de beste eetstad van het land. Je vindt er alles van fërgesë, de hete pan met peper, tomaat en witte kaas, tot moderne keuken in het opgeknapte Pazari i Ri. De markt zelf is een goed begin van de dag, met kraampjes vol groente, honing en gedroogde kruiden uit de bergen.
Aan de kust bij Durrës gaat het om vis en zeevruchten, meestal per kilo afgerekend. In het binnenland eet je steviger, met gegrild vlees, tavë kosi van lam en yoghurt, en byrek van de bakker om de hoek. Koffie hoort erbij, want Albanezen drinken hun macchiato de hele dag door en de terrassen zitten daardoor ook op dinsdagochtend vol.
Drie tot vier dagen is genoeg voor deze regio. Twee dagen Tirana, een dag Krujë en een dag Durrës of Apollonia dekt de hoogtepunten, zeker als je de rest van je reis naar het zuiden of het noorden trekt.
Blijf je langer, dan zijn de uitstapjes eromheen sterk. Het stuwmeer van Bovilla ligt op een half uur van Tirana en de klim naar het uitkijkpunt kost een ochtend. Vanaf hier is Berat in twee uur te doen en Shkodër in anderhalf uur, dus Centraal-Albanië werkt ook prima als scharnier tussen het noorden en het zuiden van het land.
Voor de volgende bestemmingen in Centraal-Albanië hebben we uitgebreide reisgidsen geschreven.

Fier is een jonge handelsstad op de Myzeqe-vlakte en de uitvalsbasis voor Apollonia, de belangrijkste archeologische site van Albanië.

Durrës is de op een na grootste stad van Albanië en ligt aan de Adriatische kust, zo'n drie kwartier rijden van Tirana.

Elbasan ligt midden in Albanië aan de rivier de Shkumbin, op de oude Romeinse handelsroute die de kust met het binnenland verbond.

Krujë ligt tegen een berghelling op zo'n 20 kilometer ten noorden van Tirana en draait om één naam: Skanderbeg, de nationale held die hier in de 15e eeuw de Ottomanen tegenhield.

Tirana is de kleurrijke hoofdstad van Albanië.
Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.